| GESCHIEDENIS | ||||||||||||||||||||||||
Sporen uit het verleden Bij elke route kunt u zelf de sporen uit het verleden ontdekken in het landschap. Zoek hier uw sporen op van de route die u wilt volgen. Fietsroutes Veenweideroute Ruigeweideroute Wandelroutes Bruine Goudroute Prinsendijkroute Kanoroutes Oude Dorpenroute Graven en Bisschoppenroute ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Sporen uit het verleden zichtbaar tijdens de Veenweideroute
De plassen zijn als kamers in het Reeuwijkse Land, waarbij elke plas zijn eigen sfeer en karakter heeft. De eilanden in de plassen zijn restanten van de voormalige legakkers en damhoeken. Op veel eilanden staan schiethutten, die aangeven dat er gejaagd wordt op eenden. Dat is een overblijfsel uit de tijd dat jagen echt nodig was om in het levensonderhoud te voorzien. Nog steeds wordt er gevist in de plassen. De fuikenstokken laten dat zien. Met name paling en snoekbaars zijn in trek bij de vissers. Naast veel grote nieuwbouwpanden zijn er enkele kleine huisjes te ontdekken. Deze werden bewoond door de turfmakers en daggelders. Grote gezinnen in een kleine woning. Vaak was een grote moestuin naast het woninkje aanwezig om de noodzakelijke aardappels en groenten te leveren. In de berm stond vaak een geit de koe van de armen. De droogmakerijen zijn goed herkenbaar in het Reeuwijkse land. Ze liggen als diepe kommen in het landschap, met een duidelijk verschil in hoogte. De dijken om de droogmakerijen zijn belangrijke waterkeringen en moeten goed onderhouden worden. Om het water in de diepste plekken af te voeren, zijn molentjes in het land opgesteld. Naast de graslandpercelen is er sierteelt. Smalle percelen waar allerlei gecultiveerde bomen en struiken worden gekweekt. Een en al bedrijvigheid in het Reeuwijkse land. Kaart van deze route Terug naar boven ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Sporen uit het verleden zichtbaar tijdens de Ruigeweideroute
De boerderijen staan vaak aan één kant van de weg. Daaraan kunt u zien in welke richting de ontginners hun werk deden. Naast de weg staan knotbomen. Het hout dat de boer nodig had voor allerlei gereedschap, palen en hekwerken haalde hij van deze bomen. Om de paar jaar werden ze geknot. De ruimte die het landschap biedt is bijna adembenemend, zeker in contrast met de beslotenheid van de boerderijstrook. Vanaf grote afstand zijn de kerktorens van de nabijgelegen dorpen of steden te zien als bakens in een zee van ruimte. Dat maakt het ook mogelijk om de echte Hollandse luchten te kunnen waarnemen, die ook door landschapsschilders uit het verleden zo mooi zijn weergegeven. Op de dijk langs de rivier ervaart u de wonderlijke omkering van het veenlandschap. De rivier ligt hoger dan het land achter de dijk. Door de dijk door te steken, is het heel gemakkelijk om het land onder water te zetten. Dat is in het verleden ook gebeurd. De Hollandse Waterlinie speelt in het rampjaar 1672 een belangrijke rol om de Franse legers van de Zonnekoning tegen te houden. Naast de Enkele Wiericke ligt de Prinsendijk genoemd naar prins Willem III Kaart van deze route Terug naar boven ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Sporen uit het verleden zichtbaar tijdens de Bruine Goudroute Tussen de plassen ligt het dorpje Sluipwijk. De kerk is uit 1867 maar staat op de fundamenten van een veel ouder gebouw uit 1311. Het markante kerktorentje is een goed oriëntatiepunt voor fietsers, zeilers en wandelaars in het plassengebied. Sluipwijk heeft een bloeitijd als vervenersdorp gekend. Waar nu het beeld bepaald wordt door grote villas, werd dat vroeger gedaan door eenvoudige woninkjes. Hier en daar zijn nog enkele huisjes van turfmakers en vissers te vinden. Veel van de bruggen over de watergangen zijn draai- of hefbruggen. Grond- en turfschippers hadden recht op vrije doorgang. De bruggen moesten dus beweegbaar zijn. De wandelaars genieten op enkele plekken van doorkijkjes naar de plassen. De plassen leveren in elk seizoen en bij elk weertype een andere aanblik. Wat opvalt zijn de eilanden die in de meeste plassen aanwezig zijn. Dit zijn de restanten van de legakkers, waar de turfmaker het uitgebaggerde veen op te drogen legde. Op veel van de eilanden staan schiethutten. Jacht en visserij zijn in het plassengebied altijd heel belangrijk geweest. Vooral na de welvarende periode van turfwinning was het bestaan rond de plassen moeilijk. Waterwild en vis vormden toen een belangrijke voedselbron.
Kaart van deze route Terug naar boven ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Sporen uit het verleden zichtbaar tijdens de Prinsendijkroute De boerderijen staan allemaal met hun gezicht naar de weg. De voorpui heeft in het midden een deur met daarboven een bovenlicht met daarin de levensboom. Naast de voordeur bevinden zich kamers. Aan één kant zit vaak het kleinere raam van de opkamer. Deze bevindt zich boven de kelder. Kenmerkend zijn ook de mooi uitgesneden houten daklijsten, die bij elke boerderij weer anders zijn. Achter het woonhuis ligt de stal. De stalramen hebben soms nog de karakteristieke halfronde vorm. Achter de stal is de hooiberg met de rieten kap. Dat de boeren met hun tijd meegaan, is te zien aan de nieuwe ligboxenstal en de plastic rollen kuilgras. Agrarisch ondernemen in het veenweidegebied is niet eenvoudig.
Om het land droog te houden werd in het verleden gebruik gemaakt van windenergie. De molen aan de Prinsendijk is een Wipwatermolen. Een type molen dat rond 1470 zijn intrede doet in het polderland. Vroeger hield de molenaar het weer en de lucht goed in de gaten en hij stelde daar zijn maalschema op af. Moderne automatisch ingestelde gemalen hebben de taak van de molens overgenomen en regelen de waterstand tot op de centimeter nauwkeurig. In het landschap zijn hier en daar geriefhoutbosjes aanwezig, die de openheid van de polder accentueren, maar die voor vogels en insecten juist een schuilplaats bieden in dat open land. Op de Prinsendijk is de weidsheid van het polderland, de verre horizon en de karakteristieke Hollandse lucht goed waar te nemen. Tussen de Enkele en de Dubbele Wiericke ligt de Oude Hollandsche Waterlinie. Kaart van deze route Terug naar boven ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Sporen uit het verleden zichtbaar tijdens Oude Dorpenroute
Bij sommige boerderijen zijn langs de slootkant de stoep en het boenhok nog aanwezig. In het houten boenhok werden de melkemmers en bussen geschuurd en neergezet. De stoep was de spoelplaats voor zowel de melkspullen als de groente en de was. De stoepmeid boende er s winters in het koude water haar vinger blauw. Op de hoofdwatergang komen allemaal kleine sloten uit de scheisloten tussen de percelen en de boerderijen. Zij werden in de winter op diepte gehouden met de baggerbeugel. De bagger werd als bemesting over het land verspreid. In dit poldergebied werd door de boer vanouds veel gebruik gemaakt van de schouw. Dit streekeigen vaartuig, met platte voor- en achterkant, ziet u hier en daar nog liggen. De Wonneroute was vroeger een verbinding tussen de Reeuwijkse plassen en de Oude Rijn. Diverse borden met de tekst masten strijken laten dat nog zien. Kaart van deze route Terug naar boven ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Sporen uit het verleden zichtbaar tijdens Graven en Bisschoppenroute In de meeste landschappen liggen de rivieren lager dan het omringende land. Dat was hier oorspronkelijk ook zo. Varend op de Hollandse IJssel en de Oude Rijn valt op dat het hier omgekeerd is. De rivier ligt hoog; de polders laag. Tussen de rivieren is het veen door eeuwenlange ontwatering ingeklonken. Nu liggen de dijken en de rivier hoger dan het polderland. Dat het droog houden van de veenpolders achter de dijk een hele klus is, laten de vele duikers, gemalen en een wipwatermolen zien. Deze zorgen ervoor dat het overtollige water uit de polders in de boezem wordt geloosd. Boven de kruin van de dijk steken de boerderijgevels uit, waarbij de bewerkte daklijst net zichtbaar is. Langs de dijk en in de uiterwaarden van de Hollandse IJssel staan veel fruitbomen. Zo ook bij het klooster van de Paters Passionisten in Hekendorp. Monniken hielden zich vaak bezig met de teelt en het veredelen van fruitrassen. Op de klei in de uiterwaarden groeien fruitbomen goed. De sluis in Hekendorp is de toegang tot de Dubbele Wiericke. Een verbinding tussen de Hollandse IJssel en de Oude Rijn die rond 1350 is gegraven. De beide Wierickes hebben een heel natuurlijke uitstraling door de met riet begroeide oevers, de vele waterplanten en de wilgenbosjes langs de oever. Varend over het kabbelende water zijn de weidsheid en de rust van het polderland, de verre horizon en de karakteristieke Hollandse lucht goed waar te nemen.
De Dubbele Wiericke komt bij Nieuwerbrug in de Oude Rijn. In de tijd van de Romeinen was dit de hoofdverkeersader van Nederland en hierlangs bouwden de Romeinen ook hun castellums. Fort Wierickeschans heeft door zijn onbereikbaarheid, hoge bomen en de kauwen die er rondvliegen, de uitstraling van een echt verdedigingswerk. In gedachten zie je er nog de soldaten met hun musketten wachtlopen! Kaart van deze route Terug naar boven < terug |
||||||||||||||||||||||||